
Eén op de drie
Romeinen was een kind. Bij opgravingen is hun speelgoed teruggevonden, zoals
poppen, dieren op wielen, rammelaars en wapens. Het is van aardewerk, hout,
been, textiel of metaal en vaak beweegbaar gemaakt. Uit teksten en afbeeldingen
blijkt dat er door jongens en meisjes mee is gespeeld. Zo geven deze vondsten
een kijkje in het dagelijks leven van kinderen zo’n 2000 jaar geleden.
In de Romeinse
tijd kregen kinderen op feestdagen speelgoed cadeau, offerden zij het in een
tempel aan het einde van de kindertijd en gaven ouders het mee in het graf van
‘te vroeg gestorvenen’. Zo staat het speelgoed symbool voor de kindertijd als
geheel. Kinderen waren ook in het Romeinse Rijk een herkenbare leeftijdsgroep
met eigen behoeftes en wensen, waarop door volwassenen letterlijk is
ingespeeld.